Prioriteiten in preventie 2011-2015
- Preventie is toe aan vernieuwing. Het Landelijk Overleg Thema-instituten (LOT-i) wil actief aan deze discussie bijdragen. Daarom deze eerste notitie waarin wij aangeven welke prioriteiten wij zien in de komende jaren.
Bij het vaststellen van prioriteiten ziet het LOT-i de volgende hoofdzaken die verbeterd kunnen worden:
- De aansluiting tussen landelijk en lokaal is niet optimaal. Verbetering is nodig van de aansluiting tussen de landelijke en lokale prioriteiten, de keten van overheden en organisaties om prioriteiten in actie om te zetten en het gezamenlijk creëren van een beleidsagenda tussen de overheden en betrokken partijen.
- De omvang en kwaliteit van de uitvoering van preventie in de lokale praktijk heeft versterking nodig.
- Gezondheidsproblemen zijn niet gelijk verdeeld. Preventie is met name van belang voor die mensen waar de meeste winst te behalen valt: jongeren, mensen in achterstandssituaties en ouderen.
- In het huidige systeem zijn er meer prikkels om nieuwe interventies te ontwikkelen dan om bewezen interventies adequaat te implementeren.
- Het systeem is teveel gefocust op de rol van de GGD’s terwijl andere lokale spelers ook van belang zijn en niet altijd via de GGD bereikt worden.
Op basis hiervan komt het LOT-i tot de volgende prioriteiten.
1. Stel mensen beter in staat zelf keuzes te maken
Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun gezonde bestaan – verleid ze gezond te leven. Dit betekent maatwerk in informatie die goed aansluit bij de behoefte en het gebruik van media die de mensen zelf ook gebruiken (tv, internet). Die informatie moet betrouwbaar en makkelijk vindbaar zijn. Het betekent ook interventies implementeren daar waar mensen komen (huisarts, gezondheidscentra, scholen, winkels, buurtcentra, bedrijven, digitale communities). Combineer een thema- met een levensfase aanpak.
Dit betekent voor de thema-instituten:- Maatwerk te leveren: investeer in marktonderzoek;
- Zorg voor goede aansluiting bij de lokale publieke en private partijen;
- Integreer het werk rondom levensfases;
- Investeer in zelf-management tools;
- Ondersteun consumentenplatform(s) voor het uitwisselen van best practices.
2. Versterk de hele keten die preventie tot een groter succes kan maken
Beleidsmatig zijn de rijksoverheid en de gemeenten verantwoordelijk. Veel lokale partijen (GGD-en, huisartsen, ziekenhuizen, scholen) doen de uitvoering en worden daarin ondersteund door de landelijke thema-instituten en het RIVM. De aansluiting tussen deze partners kan beter. Een netwerkbenadering biedt hulp: investeer in het ontwikkelen van een gedeelde visie op te boeken resultaten en ieders concrete bijdrage daaraan.
Dit betekent voor de thema-instituten:- Sluit nog meer aan bij zowel landelijk als lokaal beleid;
- Versterk partnerships met lokale partijen. Investeer in de netwerken met in ieder geval de eerste en tweedelijn, maar ook publieke en private partijen;
- Geef concreet aan wat de thema-instituten bijdragen aan de te boeken resultaten, en wat daarvoor nodig is.
3. Doe wat werkt
Doe alleen wat werkt - gebaseerd op onderzoek en ervaring. Stop dus wat niet goed genoeg werkt. Daarbij hoeven we niet alleen te kijken wat in Nederland werkt – ook internationale ervaringen zijn relevant, zeker uit landen die vergelijkbaar zijn. Kwaliteit staat hoog in het vaandel. En we weten dat dit betekent: maatwerk leveren – afhankelijk van de doelgroep en lokale situatie. Keurmerken zijn belangrijk en zijn bereikbaar. Investeer in de verbetering van veelbelovende interventies. En ontwikkel alleen nieuw als het echt moet.
Dit betekent voor de thema-instituten:
- Investeer liever in kwaliteit dan kwantiteit van interventies;
- Ontwikkel succesvolle interventies door en differentieer ze naar doelgroepen;
- Zorg dat veelbelovende interventies een keurmerk krijgen;
- Ontwikkel alleen nieuwe interventies als ze een groot potentieel hebben;
- Zorg ervoor dat je goed weet wat internationaal best practices zijn.
4. Kies voor betere implementatie
Er zijn vele goede interventies. Vaak worden ze echter onvoldoende gebruikt. Zowel lokaal als landelijk moet nu gekozen worden voor implementatie van effectieve interventies als topprioriteit. Om implementatie succesvol te laten zijn moet er goed aangesloten worden bij de prioriteiten en de capaciteit van de lokale spelers die de feitelijke implementatie doen. En uiteraard moeten de bestaande structuren gebruikt worden zonder weer nieuwe te bouwen tenzij nieuwe evident beter zullen functioneren.
Dit betekent voor de thema-instituten:
- Geef prioriteit aan de ondersteuning van de lokale praktijk bij implementatie;
- Help lokale partners interventies geschikt te maken voor hun behoefte;
- Zorg voor een goede marketing van interventies;
- Maak beter gebruik van de lokale al bestaande netwerken om te implementeren.
5. Kies voor hen waar de meeste winst te boeken valt: jongeren, mensen in achterstandssituaties, ouderen
Gezond gedrag wordt jong geleerd. Daarom is het versterken van de weerbaarheid van jongeren van het grootste belang. Ondersteuning van jongeren en hun opvoeders moet plaatsvinden met interventies waarmee de grootste winst te boeken valt.Daarnaast hebben mensen in sociaal economische achterstandssituaties prioriteit. De gezondheidsverschillen in Nederland tussen arm en rijk nemen toe. Om effectief te zijn moeten interventies goed aansluiten bij deze doelgroep en in samenwerking met hen ontwikkeld zijn.Specifieke aandacht op een aantal thema’s is nodig voor ouderen: hen in staat stellen zo lang mogelijk gezond zelfstandig te wonen is belangrijk.
Dit betekent voor de thema-instituten:
- Duidelijke focus op de groepen waar het echt om moet gaan;
- Gebruik meer marketingtechnieken om goed aan te sluiten;
- Investeer in steeds weer vernieuwende communicatiekanalen zoals social media.
6. Stimuleer een integrale aanpak
Preventie is in principe een zaak van veel partijen: overheid, bedrijfsleven, ondernemers in de zorg, branche organisaties, gezondheidsfondsen. Er valt meer resultaat te behalen als partijen elkaar opzoeken en bedrijven hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Investeer in win-winsituaties. En beloon co-investeringen.
Dit betekent voor de thema-instituten:
- Benut en verbind de netwerken van de verschillende thema instituten, bedrijfsleven, ondernemers in de zorg en gezondheidsfondsen;
- Ontwikkel meer joint ventures;
- Werk samen op thema’s en levensfasen.
7. Verbreed de financiële basis van preventie
Verzekeraars hebben direct belang bij het voorkómen van ziekten, ten behoeve van hun klanten en daardoor ook in de financiële lasten die ze moeten dragen. Verzekeraars kunnen zorgaanbieders stimuleren daarin een actieve rol te spelen, door hen aan te spreken op resultaten voor hun patiëntenpopulatie. Een huisarts kan bijvoorbeeld beloond worden wanneer deze overgewicht, roken of overmatig alcoholgebruik in de praktijk vermindert. Stimuleer dat verzekeraars zorgaanbieders een bonus kunnen geven op het ondersteunen van een gezonde leefstijl. Financiering van preventie is altijd problematisch terwijl de winst potentieel groot is. Besteed een deel van de AWBZ-premie en een deel van de ziektekostenpremies aan preventie.
Dit betekent voor de thema-instituten:
- Biedt instrumenten aan verzekeraars en zorgaanbieders om leefstijl te bevorderen en impact op populatieniveau meetbaar te maken;
- Ga meer samenwerkingsverbanden aan met verzekeraars.
8. Investeer meer in preventie
Investeren in goede zorg vindt iedereen belangrijk – preventie komt er vaak bekaaid af maar is vaak juist kosteneffectief. De afgelopen jaren zijn er vele publicaties geweest die dit onderbouwen. Het CPB over de groei van de zorgkosten, Mackenbach over de vermijdbare kosten in de zorg, VTV cijfers die dat opnieuw hebben bevestigd, Raad voor Volksgezondheid en Zorg (van zz naar gg), PWC (preventie loont), recente OECD rapporten over obesitas en zorgkosten. Te zware bezuinigingen op preventie leiden tot grotere zorgaanspraken en nog hogere zorgkosten. Blijf focussen op effectieve preventie.
Dat betekent voor de thema-instituten: focus nog meer op resultaat en impact.
Download
Mei 2012

