Certificering
Het LOT-i is voorstander van een systeem van certificatie of accreditatie van praktijk interventies, 'Good Intervention Practices'. Naast gebruikers spelen inhoudelijk deskundigen daarin een cruciale rol (de achterban van professionals waarmee elk expertisecentrum verbonden is, naar analogie van de wetenschappelijk verenigingen die in de cure-care betrokken zijn bij richtlijnontwikkeling.
De thema-instituten zitten voor een deel al op deze lijn, bijvoorbeeld in de ontwikkeling van richtlijnen via CBO en NHG door Soa Aids Nederland, Voedingscentrum en STIVORO. Voor de uitvoering van het certificatieproces moet een organisatie belast worden die zorg draagt voor consistentie en een voldoende niveau van effectiviteit in de praktijk (ook in internationale vergelijking).
Dat vraagt expertise op methodologisch en procedureel gebied. Het CGL zou zo'n rol kunnen vervullen. Maar, in het licht van de verbinding cure-preventie, is het misschien ook interessant naar bestaande organisaties te kijken die al zo'n rol hebben in de cure. Het CGL werkt momenteel samen met het NJI aan de certificering; het LOT-i vindt het belangrijk dat een certificerende instelling ook zelf geaccrediteerd is, want dat verhoogt de waarde van het certificaat.
Als een robuust systeem van certificatie van bewezen werkzame interventies beschikbaar is, mag VWS van partijen (ook GGD'en, gemeenten) verlangen dat daarvan gebruik wordt gemaakt, in het kader van doelmatige besteding van overheidsmiddelen. Welk argument hebben andere partijen om andere dan bewezen werkzame interventies toe te passen?
[geactualiseerd 5 december 2008]

